De opgave
Nijkerk groeit. Woningen, sportvelden, groen, verkeer en een beter station vragen allemaal om ruimte. De gemeente onderzoekt hoe Oostelijk Nijkerk zich na 2030 kan ontwikkelen en wil inwoners betrekken bij die keuzes.
Eerst zou de participatie meelopen met die voor de Omgevingsvisie van heel Nijkerk. Beaumont maakte daarom één plan voor beide projecten. Gaandeweg bleken de opgaven en planningen te verschillen. Na een advies aan college en raad werd besloten de trajecten te splitsen. Zo kreeg Oostelijk Nijkerk een eigen participatieaanpak.
Onze aanpak
Beaumont is sinds maart 2024 betrokken. In de strategie bepaalden we wie we betrekken, waarover mensen kunnen meedenken en hoe alle studiegebieden aan bod komen.
Een belangrijke keuze was om met een vaste groep deelnemers te werken: inwoners die bij alle bijeenkomsten aanwezig wilden zijn. Zo konden ze steeds voortbouwen op wat eerder was opgehaald.
De aftrap in april 2025 startte was een grote bijeenkomst. Na uitleg over de opgave, de kaders en het proces gingen inwoners in kleine groepen in gesprek over vier thema’s: wonen, landschap, sport en voorzieningen, en station en mobiliteit. Zorgen en ideeën haalden we op in gesprekken, op post-its en via een online formulier.
In de werkbijeenkomsten daarna gingen inwoners zelf aan de slag. Met een spelvorm van een stedenbouwkundig bureau verkenden ze de mogelijkheden voor het gebied. Er werd volop meegedacht, maar er werd geen ontwerp gekozen. De uitkomsten waren input voor het vervolg. Daarom kozen we ook de namen van bijeenkomsten en onderdelen zorgvuldig, zodat deelnemers geen verkeerde verwachtingen kregen.
Beaumont dacht mee over de opzet en de participatie, maakte het kaartmateriaal toegankelijk en verzorgde de organisatie, communicatie, gespreksleiding en het dagvoorzitterschap. Ook tussen de bijeenkomsten door bleef het proces zichtbaar. Vooraf maakten we een projectvideo over de opgave en het proces. Later volgde een aftermovie met de opbrengsten en een vooruitblik.
Wat leverde het op?
De eerste bijeenkomst liet zien welke onderwerpen bij inwoners leefden. Die inbreng ging mee naar de werkbijeenkomsten. Daar dachten inwoners verder mee over de mogelijkheden voor het gebied. De opbrengsten vormden input voor scenario’s, die later opnieuw aan de deelnemers zijn voorgelegd.